Home Eindtijd Artikelen Contact
 
 

Mythologische achtergrond van de Lange Telling van de Maya's


  

  dagen geleden ging
de stichting van het

Pleiadische tijdperk
van start en sinds
dagen is de invloed van de
9 onderwerelden van het oude tijdperk tanende.

 


Inleiding

De Lange Telling is een door de Maya’s gehanteerde mystieke kalender die vooral bekendheid heeft gekregen doordat deze door de Maya’s is beschreven in het kader van een schepping die in het jaar 3114 voor Christus begon en op 21 december 2012 eindigde. De Lange Telling is een kalender met een geldigheidsduur van maar liefst 5200 kalenderjaren van 360 dagen. In relatie tot die kalender rekenden de Maya’s dus niet met het zonnejaar, maar werd een kalenderjaar gelijk gesteld aan 360 dagen, genaamd een "Tun". Nu is er reeds veel bekend over die kalender, maar nader onderzoek heeft uitgewezen dat de kalender mystieke lagen bevat die een wat ander licht werpen op de diepere betekenis van deze kalender uit de oudheid. Deze kan het best worden begrepen indien men de correlatie met andere kalenders en de wijze waarop die relatie in geschriften en op steles is beschreven, nader worden bestudeerd.


Oorsprong van de Lange Telling en het einde daarvan

De Lange Telling, waarvan de daaruit voortvloeiende schepping ook bekendheid geniet als de Grote Cyclus, moet gezien worden als een schepping, waarvan archeologen in de jaren 30 van de vorige eeuw hebben vastgesteld dat deze volgens de Maya’s in 3114 voor Christus begon (ook aangeduid als het jaar -3113, waarin het jaar 0 ook mee wordt geteld). De Maya’s hebben die schepping in dat jaar op verschillende steles beschreven (Quirigua, Coba, Palenque) en dat is een opmerkelijk gegeven, want de eerste Lange-Telling-datum die is gevonden dateert van 36 voor Christus. De Maya’s hebben de Lange Telling dus met een terugwerkende kracht van bijna 3000 jaar laten ingaan! Dat is datgene wat de Lange Telling een mystiek karakter geeft.

Het historische onderzoek heeft ook opgeleverd dat de schepping van de Grote Cyclus op 21 december 2012 eindigde. Dit volgt uit de zogenaamde GMT-correlatie, waarbij GMT staat voor de Maya-onderzoekers Goodman, Martinez en Thompson. Deze correlatie wordt tot op heden het meest gehanteerd.


De structuur van de Lange Telling

Het mechanisme van de Lange Telling heeft overeenkomsten met de manier waarop we de uren, minuten en seconden van de ons bekende klok tellen. Echter, terwijl de klok onderverdeeld is in maar 3 tijdsaanheden (het uur, de minuut en de seconde), geldt voor de Lange Telling dat deze onderverdeeld is in 5 tijdseenheden; namelijk de dag, de periode van 20 dagen (genaamd een Vinal), de Tun (jaar afgerond op 360 dagen), de Katun (een Katun = 20 Tun), en de Baktun (een Baktun = 20 Katun = 20 × 20 = 400 Tun). Terwijl de klok na 24 uur weer op nul springt en de volgende dag begint, springt de teller van de Lange Telling na 13 Baktun (dus 13 × 400 = 5200 Tun) weer op nul. Om redenen die nog nader worden verklaard, werd de datum 0.0.0.0.0 (in 3114 v. Chr.) door de Maya’s als 13.0.0.0.0 aangeduid (vergelijk een klok die van 23:59:59 overgaat op 24:00:00 i.p.v. 00:00:00). Desondanks kan uit tal van feiten worden geconcludeerd dat dit een "reset" inluidde; de Lange Telling begon weer opnieuw, zoals het tijdstip 00:00:00 het begin is van een nieuwe dag. Volgens die gedachte is dan de schepping ten einde en wordt dan een nieuw tijdperk geboren. Het einde van het tijdperk dat was gecorreleerd aan de Lange Telling die in 3114 voor Christus begon viel op 21 december 2012; er waren toen 13 Baktun voorbij. Deze datum werd door sommigen in verband met het "einde van de wereld". Het ligt echter meer voor de hand om die datum in verband te zien met het einde van een tijdperk, ook al kunnen we dat (nog?) niet aan een specifieke datum koppelen.

Opvallend is dat de Lange Telling gebruik maakt van een zogenaamd vigesimaal talstelsel: elk volgend getal is niet een factor 10, maar een factor 20 kleiner dan het voorgaande. De uitzondering daarop is het gegeven dat een Tun niet overeenkomt met 20, maar met 18 Vinals, waardoor de tijdseenheid van 360 dagen (de Tun) ontstaat en die bijna gelijk is aan het aardse jaar. Terwijl bijvoorbeeld het tijdstip van 11:10:43 van de klok betekent dat er 11 uur, 10 minuten en 43 seconden van de dag zijn verstreken, geeft een Lange Telling-datum van bijvoorbeeld 11.18.12.10.05 aan dat er 11 Baktun, 18 Katun, 12 Tun, 10 Vinals en 5 dagen zijn verstreken sinds het begin van de Lange Telling (dag 0.0.0.0.0).


Andere Maya-kalenders

Data werden lang niet in alle gevallen in de Lange Telling uitgedrukt. De Maya’s kenden namelijk nog meer kalenders. Belangrijk daarin is de Haab, welke is op te vatten als de civiele jaarkalender. De Haab was onderverdeeld in 18 Vinals die samen overeenkomen met 18 × 20 = 360 dagen. Aan het einde van elk kalenderjaar werd een verkorte periode van 5 dagen ingelast, zodat het kalenderjaar 365 dagen kende. De kalender kende geen schrikkeldagen. Het kalenderjaar was dus circa een kwart dag korter dan het zonnejaar van circa 365¼ dagen.

Echter, ook de zogenaamde Tzolkin kan niet onvermeld blijven. De Tzolkin is een kalender met een cyclus van 260 dagen. In deze kalender zijn de "trecena" met een periode van 13 dagen en de 20 dagtekens met elkaar verweven tot 260 verschillende mogelijkheden, leidend tot een cyclus die zich elke 260 dagen herhaalt.

Omdat de Haab geen schrikkeldagen kende ontstond een vast patroon in mogelijke combinaties van beide data in de Haab en in de Tzolkin, die zich elke 52 Haab (dus een periode van iets korter dan 52 jaar) herhaalde (want 73 × 260 = 52 × 365): Dat wordt ook wel de kalenderkringloop of kalenderronde genoemd. Veel data werden in kalenderronde-data aangeduid; de Lange-Tellingdatum werd lang niet altijd vermeld.

De Maya’s kenden ook een soort week. Deze telde echter geen zeven dagen, maar negen dagen en worden benoemd met de goden G1 t/m G9. G1 is daarbij de eerste god en G9 de laatste. Men veronderstelt dat dit dezelfde goden zijn als de zogenaamde negen Heren van de Nacht die bekend zijn van de Azteken, maar zeker is dat niet.

Daarnaast kenden de Maya’s een maankalender. Deze kalender volgde de fasen van de maan, waarbij een maand 29 of 30 dagen telde. In de maankalender werd niet alleen de dag van de maand, maar ook het maandnummer aangeduid. De maanden verliepen daarbij cyclisch per zes lunaire maanden (177, soms 178 dagen), iets minder dan een half jaar. Na zes lunaire maanden begon men dus opnieuw te tellen met de eerste maand.


De Katun-vieringen van de Maya’s

De totale periode van de 5200 Tun durende Lange Telling kan onderverdeeld worden in 260 Katun. In dat kader genieten de zogenaamde Katun-vieringen in het Maya-onderzoek een grote bekendheid; deze zijn op vele steles terug te vinden. Katun-vieringen vonden elk Katun (dus 20 Tun of circa 19,7 jaar) plaats.

In relatie tot de Lange Teling staan de Katun-vieringen in verband met de data waarop de laatste drie vigesimale "cijfers" op nul springen, dus bijvoorbeeld de Lange-Tellingdatum 9.4.0.0.0. Vanwege deze "reset" worden deze data door Maya-onderzoekers algemeen met "Katun-einde" of periode ending betiteld. Echter, dit "einde" werd niet ingegeven doordat de laatste drie cijfers op nul sprongen ("reset"), want als we weer de vergelijking met de klok maken, wordt het tijdstip van de "reset" of 00:00:00 als het begin van de dag beschouwd en niet als het einde van de vorige dag. Daarentegen werd bij een reset-datum een kalenderrondedatum vermeld die de associatie met een einde oproept, want die stond altijd in het teken van het dagteken "Ahau", de "zon", zijnde het laatste dagteken van de 20-daagse cyclus. Daarnaast stond het evenzo in het teken van god G9, de laatste van de negen Heren der Nacht.

Door Maya-onderzoekers wordt er doorgaans vanuit gegaan dat de Lange-Tellingdatum en de daarop vermelde kalenderrondedatum dezelfde datum betreffen, maar dan uitgedrukt in andere kalenders (vergelijk de combinatie van dag van de week met dag in de maand van de Gregoriaanse kalender, bijvoorbeeld woensdag, 21 oktober 2015). Het navolgende biedt echter ondersteuning aan de theorie dat dit niet het geval is, maar dat deze data slechts aan elkaar zijn gecorreleerd, dat wil zeggen dat er gewoonlijk een vast aantal dagen ligt tussen een Lange-Tellingdatum en de daarmee gecorreleerde kalenderrondedatum.

Om te beginnen valt op dat hoewel de data van Katun-vieringen door Maya-onderzoekers vaak met "Katun-einde" worden betiteld, we vaak inscripties van latere datum zien die terug verwijzen naar de laatste Katun-viering. Een Katun-viering lijkt in dat verband dus eerder te verwijzen naar het begin van een nieuwe cyclus dan naar een "Katun-einde". Immers, denk eens in hoe vreemd het zou zijn om te verwijzen naar het einde van het vorige jaar (31 december). Een meer letterlijke vertaling voor een inscriptie die in de literatuur vaak wordt aangeduid met "Katun-einde", period ending of Katun-viering is zoiets als “steen-zetting” (Engels: stone seating; vergelijk met "mijlpaal").


Patroon in de inscripties van met name Katun-vieringen

De inscripties die bij Katun-vieringen horen, maar ook de inscripties van andere gebeurtenissen waar een Lange-Telling-datum bij wordt vernoemd, hebben doorgaans een vaste structuur. De Lange-Tellingdatum staat daarbij in het teken van een zogenaamde "patroon" van een Vinal. Vervolgens wordt een kalenderronde-datum vermeld: dit is de combinatie van de datum m.b.t. de tzolkin (datum trecena en dagteken) alsmede de Vinal met het dagnummer van de Haab. De Vinal die eerst vermeld is als "patroon" in relatie tot de Lange-Tellingdatum herhaalt zich dus in de kalenderronde-datum.

Het gegeven dat de Lange-Tellingdatum in het teken staat van de patroon van de Vinal van de opvolgende kalenderrondedatum, maar niet de datum van de Vinal zelf benoemt is aanleiding om te veronderstellen dat die patroon is vernoemd om de verbinding met de kalenderrondedatum, zijnde een vaste daaraan gecorreleerde, maar niet gelijke, datum vast te leggen. Immers, er is geen reden om een Vinal steeds twee keer te vermelden, als het twee keer om precies hetzelfde, dus dezelfde datum, gaat.

Nader onderzoek heeft uitgewezen dat zo’n correlatie inderdaad zeer waarschijnlijk is: De Lange-Tellingdatum is dan niet dezelfde datum als de kalenderrondedatum, maar is de datum die 179 dagen vóór de daaraan gecorreleerde kalenderrondedatum valt. De Lange-Telling-datum tot en met de kalenderrondedatum omvat dus een tijdsperiode van steeds exact 180 dagen. Het is een scheppingscyclus die te vergelijken is met de zwangerschap die uitmondt in een geboorte. Nu wordt de combinatie van Lange-Tellingdatum met kalenderronde-datum inderdaad met name toegepast bij inscripties die een geboorte beschrijven. De geboortedatum is dan uitgedrukt in de kalenderrondedatum, terwijl de Lange-Tellingdatum is te zien als de incarnatiedatum, de dag dat de ziel in de baarmoeder incarneerde, enkele maanden na de bevruchting. De geboortedag is een voltooiingsdatum, geen einddatum; het markeert weliswaar het einde van de zwangerschap, maar staat tevens in het teken van een nieuw begin. Op dezelfde wijze is de Katun-viering geen einddatum (einde vorige Katun), maar een voltooiingsdatum; in symbolische zin voltooit het de zwangerschap en markeert de "geboorte" van het volgende Katun die daaruit voortvloeit. Dat is de reden waarom er soms naar wordt terug verwezen. In indirecte zin is het natuurlijk tevens een einddatum, want het sluit het vorige Katun af.

Merk op dat het verschil van 179 dagen slechts twee dagen langer is dan zes lunaire maanden en dat was de tijdseenheid die de Maya’s hanteerden voor de maankalender (na zes maanden begon men opnieuw te tellen). Daaruit kunnen we concluderen dat die periode van 6 maanden, of ongeveer 180 dagen een bijzondere betekenis had.


De relatie met de 20 zonnetekens en de 9 Heren der Nacht

Indien we uitgaan van de meest gehanteerde GMT-correlatie, waarbij de datum 0.0.0.0.0 gelijk gesteld wordt aan de kalenderrondedatum op 11 augustus 3114 v. Chr. (4 Ahau, 8 Cumku), dan vinden we de merkwaardigheid dat die eerste dag van de Lange Telling samenvalt met niet alleen het laatste dagteken ("Ahau" of de "zon"), maar ook de laatste godheid G9 van de Heren van de Nacht..

Indien we echter uitgaan van de vermelde correlatie van 179 dagen, dan vallen het begin van de Lange Telling, (datum 0.0.0.0.0 of 13.0.0.0.0) alsmede Lange-Telling-data die uitmonden in Katun-vieringen (eindigend op 0.0.0) op dagen die in het teken staan van de godheid G1, de eerste godheid van de negen heren van de nacht, alsmede Imix of draak/krokodil, wat het eerste dagteken is van de twintig dagtekens die deel uitmaken van de Tzolkin. Over de periode van 180 dagen worden alle 180 mogelijke combinaties van twintig dagtekens en negen heren van de nacht doorlopen. Pas nu wordt duidelijk waarom bij Katun-vieringen de laatste dag van die periode van 180 dagen (179 dagen na dag 1) in het teken staat van het laatste zonneteken "Ahau" (de "zon") en de laatste godheid G9 van de heren van de nacht. Het markeert echter geen einde maar een voltooiing. Deze laatste datum is vergelijkbaar met een geboorte, een nieuw begin en een nieuwe blauwdruk en daarom vinden we de kalendergegevens van die laatste kalenderrondedatum terug op de steles (niet alleen de kalenderrondedatum zelf, maar vaak ook maand, de dag van de maand en de godheid van de 9 heren van de nacht). De prille begindatum, c.q. Lange-Tellingdatum, is daarentegen alleen van belang in relatie tot de Lange Telling zelf; het is geen blauwdruk en daar vinden we dan ook als enige aanvullende gegeven de patroon van een Vinal bij; zoals betoogt verwijst deze dannaar de kalenderrondedatum 179 dagen later die onder andere in het teken staat van die Vinal.

Het voorgaande betekent dat Lange-Tellingdata die op 0.0.0 eindigden (zoals het eerder aangehaalde voorbeeld van 9.14.0.0.0) weliswaar een katunviering inluidde, maar de feitelijke viering pas 179 dagen later op een datum Ahau met god G9 plaatsvond: pas toen werd de Katun "geboren" en de vorige Katun definitief afgesloten.


Waarom de Maya’s het begin van de Grote Cyclus aanduidde met 13.0.0.0.0

In Quirigua op stele C wordt de oprichting van de Wereldboom beschreven in het kader van de afsluiting van een vorige periode van 13 Baktun. We weten namelijk van Palenque, dat de Maya’s ook data van vóór het begin van de Lange Telling hebben genoteerd; die data kenden desondanks dezelfde structuur als de Lange Telling zelf, maar dan 13 Baktun eerder (vergelijk hetzelfde tijdstip 24 uur eerder). Omdat de oprichting van de wereldboom pas 179 dagen na de Lange-Tellingdatum 0.0.0.0.0 pas definitief was voltooid (op de kalenderrondedatum 4 Ahau, 8 Cumku, of 11 augustus 3114 v. Chr. in de proleptische Gregoriaanse kalender), wordt bij aanvang van de Lange Telling nog doorgeteld vanuit de vorige periode van 13 Baktun. De begindatum 0.0.0.0.0 van de 13 Baktun die in 3114 voor Christus begon wordt daarom op die stele aangeduid met 13.0.0.0.0; het is dezelfde datum, maar dan geteld vanuit de vorige cyclus van 13 Baktun die nog niet helemaal was beëindigd. De stele maakt ook duidelijk dat op de kalenderrondedatum 4 Ahau, 8 Cumku "de 13 Baktun" zijn voltooid. Het betekent dat de oprichting van de wereldboom die 13 Baktun zou duren toen pas was voltooid en pas vanaf die datum heeft de vorige cyclus van 13 Baktun geen betekenis meer. Die kalenderrondedatum was geen op zichzelf staande stichtingsdatum, maar sloot een periode van in totaal 180 dagen af, het voltooide de periode die in het tekens stond van de oprichting van de nieuwe wereldboom die op de stele is beschreven. De datum 4 Ahau, 8 Cumku is 11 augustus 3114 v. Chr. in de proleptische Gregoriaanse kalender en viel 179 dagen na het feitelijke begin van de Lange Telling die aan die datum is gecorreleerd en viel op 13 februari 3114 voor Christus (dag 13.0.0.0.0 vorige cyclus tevens 0.0.0.0.0 van de nieuwe cyclus). Dit is de dag met het zogenaamde Juliaanse Dagnummer 584104, afgekort tot de 584104-correlatie.

De veelbesproken einddatum van 21 december 2012 is niet de einddatum van de Lange Telling zelf (die datum viel circa een half jaar eerder), maar is de datum die exact 13 Baktun (13 × 400 × 360 dagen) na de voltooiingsdatum 4 Ahau, 8 Cumku of 11 augustus 3114 voor Christus viel. Er is slechts één stele bekend waarop de datum van 21 december 2012 is vermeld in het kader van het einde van de periode van 13 Baktun (Tortuguero, monument 6), maar het is niet zeker of dat dan daadwerkelijk tevens precies overeenkwam met de voltooiing van de stichting van een volgende cyclus van 13 Baktun.

Volgens de hier beschreven theorie viel de datum 13.0.0.0.0 van de Lange Telling (of 0.0.0.0.0 als het beschouwd wordt als een "resetdatum") precies 179 dagen voor 21 december 2012, zijnde 25 juni 2012. Echter in verband met een gewijzigde correlatie met de Tzolkin-kalenders viel deze 23 dagen eerder, dus op 2 juni 2012 en was 1 juni 2012 de laatste dag voor de "reset" (12.19.19.17.19). Op enig moment (26 augustus 1863) is de tijd met 23 dagen ingekort om dit te bewerkstellingen.


Voorbeeld van Lange-Tellingdata in de Dresden-codex

In de zogenaamde Dresden-codex vinden we bijvoorbeeld data terug die volgens de gebruikelijke leer van Maya-onderzoekers betrekking hebben op dezelfde data (ongeacht de correlatie die men hanteert tussen de Lange Telling en de Gregoriaanse of Juliaanse kalender), maar dat is onjuist als we er vanuit gaan dat het aan elkaar gecorreleerde maar verschillende data zijn met een (meestal) vast verschil van 179 dagen.

In de figuur is een deel van pagina 24 van de Dresden-codex weergegeven. Daarin zien we ook hoe de vigesimale “cijfers” (tussen 0 en 19) worden weergegeven. Een balk komt overeen met 5 en een stip met 1, terwijl de nul als een schelp wordt afgebeeld (in de afbeelding in rood). Links zien we de data volgens de Maya-kalender, rechts zijn deze omgezet naar Juliaanse data (Maya-schrift leest men in verticale richting). Onder de Lange-Tellingdata vinden we kalenderrondedata. Opmerkelijk is nu dat de Lange-Tellingdata sowieso niet gelijk zijn aan de daaronder genoteerde kalenderrondedata. Echter er is wel een correlatie tussen de data, in de rechter afbeelding weergegeven met pijltjes. Wanneer we de meest gehanteerde GMT-corrrelatie aanhouden, dan zijn de Lange-Tellingdata gelijk aan de kalenderronde data (dus 4 februari 623 en 12 februari 629), maar als we er vanuit gaan dat het weliswaar gecorreleerde, maar ongelijke data zijn, dan hebben de Lange-Tellingdata betrekking op de data 179 dagen daarvoor (9 augustus 622 en 17 augustus 628, zie afbeelding, rechts).

De Lange-Telling-datum en daaraan gecorreleerde kalenderrondedatum zijn in de Dresden-codex dus opmerkelijk genoeg niet onder elkaar genoteerd, wat natuurlijk wel in de lijn der verwachting ligt als het daadwerkelijk op dezelfde data betrekking zou hebben (op dezelfde wijze als het vreemd is als je bijvoorbeeld woensdag en 21 oktober 2015 uit elkaar zou halen, indien beiden op dezelfde datum betrekking hebben).

© Marc Smulders

Last update: October 1, 2016