Home Eindtijd Artikelen Contact
 
 

Data waar graan-cirkelformatie zonnestelsel van
17 juni 2012 in Italië naar verwijst


  

  dagen geleden ging
de stichting van het

Pleiadische tijdperk
van start en sinds
dagen is de invloed van de
9 onderwerelden van het oude tijdperk tanende.

 


De datum waar de formatie primair naar verwijst: 12 of 14 december 2012

De stand van de planeten van het zonnestelsel verwijzen naar één of meer data. Sommige graancirkelonderzoekers zijn van mening dat wanneer het zonnestelsel wordt gespiegeld de formatie verwijst naar de bekende datum van 21 december 2012 (de einddatum van de Grote Cyclus van de Maya's). Echter dit is feitelijk onjuist. Het is heel goed mogelijk om met behulp van een astrologieprogramma heliocentrisch (zon als middelpunt) de precieze lokatie van de planeten voor verschillende data te bepalen. Geprojecteerd op een nauwkeurige weergave zien we nu dat de planeetstanden van de graancirkelformatie primair verwijzen naar 14 december 2012. Hieronder is het verschil weergegeven (in rood de daadwerkelijke standen voor de gegeven data; de aarde - wit - is de referentie):

De verschillen zijn zonder meer significant!

Het gegeven dat we de planeetbanen moeten spiegelen zal vooral zijn betekenis blijken te hebben in verband met het gegeven dat blijkt dat we in het rechterdeel van de formatie de standen tot vier keer toe moeten spiegelen ten opzichte van de ecliptica om het juiste resultaat te vinden.

De formatie kan ook betrekking hebben op 12 december 2012; het verschil van twee dagen valt binnen de marge van de afwijking. Dat is een interessant gegeven, want dan heeft het betrekking op de datum 12-12-'12 en de planeet waarnaar het rechter deel van de formatie verwijst is in dat kader de twaalfde planeet.


De stand van Jupiter als verborgen referentie

Gezien het feit dat het verschil in de planeetstanden van (circa) 14 december 2012 en 21 december 2012 nog tamelijk subtiel is, is de vraag gerechtvaardigd of de formatie nog een extra verborgen referentiepunt kent, op basis waarvan we de datum waar de formatie primair naar verwijst, precies kunnen bepalen. Uiteraard moeten we ook nu de planeetbanen van de formatie spiegelen. Als we dat doen, dan blijkt Jupiter alleen op 14 december 2012 exact loodrecht op de horizontale as te liggen (zie figuur) en dus als referentie dienst te doen. Slechts enkele dagen eerder of later vinden we hierin al een significant verschil.

Dat hier is gekozen voor Jupiter als referentie is niet vreemd, want het is de grootste planeet, het is na Venus de helderste planeet aan het firmament en het is de volgende planeet na Mars. Bovendien speelt Jupiter tevens een rol in de analyse van het rechterdeel van de formatie.

Op 14 december 2012 vinden we wel een uiterst subtiele afwijking in relatie tot de stand van Venus. Het is mogelijk voor die afwijking een verklaring te vinden en wel in het gegeven dat de formatie secundair naar nog andere data verwijst. Daarbij is het zo dat dezelfde stand van de planeten Mercurius, Venus, de aarde en Mars zich bij benadering 32 jaar eerder of later herhaalt. Hiernaast is het resultaat afgebeeld in het geval dat we ongeveer 32 jaar terug gaan in de tijd en wel naar 1 december 1980 (zie afbeelding).

Nu zien we dat het precies klopt voor de aarde en Mars en in iets mindere mate voor Mercurius. Voor Venus vinden we wel een wat grotere afwijking, maar deze is wel wezenlijk kleiner dan wanneer de formatie op uitsluitend de datum van 14 december 2012 was afgestemd.


Aanvullende verwijzingen door ellipsvorm van de banen van de planeten

Nu is het zo dat de planeten niet in een zuivere cirkel, maar in een ellips om de zon draaien. De afwijking van de zuivere cirkel is klein voor Venus en de aarde, maar wezenlijk voor Mars en groot voor Mercurius. Dat betekent dat voor deze planeten de maximale afstand tot de zon wezenlijk groter is dan de minimale afstand.

In verband met de ellipsvorm van de banen van Mars en vooral Mercurius, is het om te beginnen van belang na te gaan hoe serieus de graancirkelmakers zijn in de weergave van de onderlinge ligging van de ellipsvormige banen van Mercurius versus Mars. In de formatie wordt die ellipsvorm benaderd door de banen van Mercurius en Mars te verschuiven ten opzichte van de zon: de zon ligt bij een ellipsvormige baan namelijk ook niet in het midden van die ellips. Daarbij blijkt nu dat datgene wat de formatie aangeeft precies klopt met de werkelijkheid, mits de banen van de formatie weer worden gespiegeld!

Aangezien de banen kloppen voor de gespiegelde variant, ligt het voor de hand dat de stand dan ook klopt voor 14 december 2012, de datum die het beste klopt voor de gespiegelde versie. De volgende stap is daarom om te bezien of Mercurius en Mars op 14 december 2012 juist zijn gepositioneerd op de ellipsvormige banen van Mercurius en Mars. Daarbij blijkt dat het goed, maar niet perfect klopt. Bij zeer nauwkeurige bestudering van de wijze waarop de graancirkmakers de posities van Mercurius en Mars op de banen van deze planeten hebben geplaatst lijkt er een uiterst subtiel verschil te zijn. Hieronder is het verschil weergegeven, waarbij de stippellijnen de lange as van Mercurius en Mars weergegeven:

Het verschil is uiterst subtiel: als je de stippellijnen wegdenkt is het verschil maar net zichtbaar. Toch is het mogelijk significant. Dit kan verband houden met de andere data waar de formatie secundair naar verwijst. Voor 1 december 1980 geldt dat de afwijking voor Mercurius en Mars in relatie tot de ellipsvorm iets groter is in vergelijking met 14 december 2012. Dit betekent dat de formatie sowieso primair naar 14 december 2012 verwijst.

Interessant is echter indien we niet 32 jaar naar het verleden, maar ongeveer 32 jaar vooruit gaan in de tijd en wel naar 26 december 2044. Het resultaat is hiernaast afgebeeld. Daarbij is er wel een verschil: de standen zijn niet in relatieve zin, maar in absolute zin weergegeven, wat inhoudt dat de standen van de planeten niet zo zijn ingetekend dat deze kloppen in de onderlinge verhoudingen (met de aarde als referentie), maar ze zijn bepaald op basis van de lange as van Mercurius en Mars.

Nu zien we dat de standen perfect kloppen voor de aarde en Mars en bij benadering voor Mercurius. Bij Venus vinden we slechts een grove benadering. Toch mag deze datum als secundaire datum niet ontbreken, want het is de datum, waarvoor de standen van Mars en de aarde in absolute zin het beste kloppen.

Voor Venus is de afwijking wel groter dan op 14 december 2012. De afwijking die de afbeelding weergeeft voor Mercurius is slechts het gevolg van het andere uitgangspunt, want wanneer we, uitgaande van 14 december 2012, uitsluitend kijken naar de datum waarop Mercurius, gezien vanuit de zon, terugkeert naar een identieke positie in de dierenriem en een identieke positie in de sterk ellipsvormige baan, dan valt dat precies 11.700 dagen na 14 december 2012 en dat is de hier weergegeven datum van 26 december 2044.

Zouden we dus voor 14 december 2012 de precieze absolute stand van Mercurius hebben ingetekend, dan zouden we de identieke afwijking vinden. Dat blijkt uit de omlooptijd van Mercurius om de zon (87,9693 dagen), waarbij 133 × 87,9693 = 11.699,9 dagen, dus afgerond precies 11.700 dagen. Dat is opmerkelijk, want dat is exact 45 Tzolkin-cycli (45 × 260 dagen)!

Overigens is de afwijking van Mercurius maar betrekkelijk, want Mercurius bereikt drie dagen later de in de formatie weergegeven absolute stand. Daarnaast staan Mercurius en Venus, gezien vanuit de aarde op 26 december 2044 precies op één lijn (zie stippellijn). Dat gegeven past bij 14 december 2012, waarbij beide planeten, niet alleen gezien vanuit de zon, maar ook vanuit de aarde, dicht bij elkaar staan (de afstand is kleiner dan 7 graden); astrologisch is er sprake van een samenstand.


De relatie met de klassieke Tzolkin

Het betekent dat de formatie niet alleen verwijst naar 14 december 2012, maar secundair ook naar de tzolkin, doordat 45 tzolkin-cycli eerder of later de planeetstanden ook in goede benadering kloppen met de planeetstanden die door de formatie zijn weergegeven. Dat is opmerkelijk, want de formatie (het rechter deel) blijkt ook naar Sedna te verwijzen en ook Sedna neemt in de huidige tijd elke 45 Tzolkin-cycli een bij benadering gelijke stand in ten opzichte van de vier hier weergegeven planeten. Op de drie hier vermelde data (14 december 2012 en 45 tzolkin-cycli eerder of later) staat Sedna steeds in een oppositie met Venus. De in de formatie een fractie afwijkende positie van Venus van de werkelijke stand op 14 december 2012 is in feite de positie waar Venus (circa 3 dagen eerder), geocentrisch gezien, in een exacte oppositie met Sedna stond.


De relatie met 21 december 2012

Aangezien ook voor 14 december 2012 de absolute planeetstanden min of meer kloppen, kun je je afvragen of er een datum rond die periode is waarvoor de absolute standen nog beter kloppen. Dat is het geval en daarbij blijkt de bekende datum van 21 december dicht in de buurt van het optimum te komen (zie afbeelding rechts).

Dat is ook wel logisch, want de gebeurtenissen na die datum hebben een relatie met het einde van de Grote Cyclus. Toch heeft die datum in deze formatie slechts secundair zijn betekenis en wel om drie redenen:

- De standen van de planeten zijn te grof

- De overeenkomst die we vinden voor data 45 Tzolkin-cycli in het verleden of in de toekomst geeft een opvallend slechter resultaat in vergelijking met de datum van 14 december 2012.

- De stand van Jupiter (zie afbeelding) is willekeurig.


Alternatieve datum in het verleden die past bij de formatie: de ringverduistering van 10 mei 1994

Toch is er daarnaast nog een datum in het relatief recente verleden die past bij de door de formatie aangegeven planeetstanden (de formatie wordt dan niet gespiegeld). De datum die het best past is 10 mei 1994. Ook in dit geval vinden we een wat betere match voor Venus in vergelijking met het geval dat de formatie uitsluitend zou verwijzen naar 14 december 2012.

Op 10 mei 1994 vond er een ringverduistering plaats. Deze ringverduistering behoort tot dezelfde Saroscyclus (reeks van zonsverduisteringen met steeds 18 jaar en circa 11 dagen daartussen) als de ringverduistering van 20-21 mei 2012, die in een samenstand met de Pleiaden plaats vond.


De relatie met de ellipsvorm van de banen van de planeten

Het bovenstaande geldt wanneer we slechts de onderlinge verhoudingen van de planeetstanden vergelijken. Echter, beschouwen we de absolute positie van Mercurius (in relatie tot de sterke ellipsvorm) dan klopt dat voor die datum sowieso niet met de werkelijkheid. Voor Mars vinden we wel een globale overeenkomst: Daarvoor geldt dat de afwijking van Mars in verband met de ellipsvorm van de baan van Mars ongeveer even groot is als de uiterst subtiele afwijking die geldt voor 14 december 2012. Hieronder is dat weergegeven.


Samenvatting

De formatie verwijst primair naar 14 december 2012. Die datum klopt wezenlijk beter dan de bekende datum van 21 december 2012. Deze verwijzing wordt duidelijk wanneer we de planeetbanen spiegelen. Daarbij is er op die datum ook een goede, zij het geen perfecte, overeenkomst met de wijze waarop Mercurius en Mars zich, in overeenstemming met de werkelijkheid, bevinden op de duidelijk ellipsvormige banen van Mercurius en Mars.

Er is een uiterst subtiele afwijking van Venus meetbaar. Met name daarom lijkt het erop dat er secundair naar andere data wordt verweten. Op de eerste plaats is dat de datum 1 december 1980, circa 32 jaar daarvoor. We vinden dan wel een iets grotere afwijking voor Mercurius en Venus dan op 14 december 2012 en voor Mercurius en Mars is de afwijkinging in verband met de ellipsvormige baan van deze planeten wat groter.

Secundair wordt ook verwezen naar 26 december 2044, ruim 32 jaar in de toekomst. De stand van Venus is dan nogal grof, maar de planeetstanden van Mercurius, de aarde en Mars kloppen wel, niet alleen in de onderlinge verhoudingen, maar tevens in relatie tot de ellipsvormige banen van Mercurius en Mars. In dat opzicht is dat de datum die het beste past.

De relatie met beide data staat in verband met het gegeven dat Mercurius, Venus, de aarde, Mars en Sedna elke 32 tzolkin-cycli een bij benadering gelijke stand innemen.

Daarnaast wordt verwezen naar de ringverduistering van 10 mei 1994. Voor deze datum in 1994 vinden we in verband met de ellipsvorm van de baan van Mercurius wel een sterk afwijkende stand, wat er op wijst dat de formatie primair verwijst naar 14 december 2012.

© Marc Smulders

Last update: May 22, 2016