Home Eindtijd Artikelen Contact
 
 

Planeet X !!


  

  dagen geleden ging
de stichting van het

Pleiadische tijdperk
van start en sinds
dagen is de invloed van de
9 onderwerelden van het oude tijdperk tanende.

 


De verwijzing naar de positie van een object in de Kuipergordel

Het zonnestelsel is omringd door een ellips met "objecten" die verwijzen naar de Kuipergordel, waartoe met name Pluto behoort.

De Kuipergordel van de formatie is ingedeeld in groepen van steeds 5 cirkels, die objecten/dwergplaneten voorstellen. Echter één groep bestaat niet uit 5, maar uit 6 cirkels: de zesde cirkel is een verwijzing naar een bijzondere planeet X. De lijn die van daaruit is getrokken verwijst naar de positie van het object in een sterrenbeeld (rechts) waar planeet X (in rood weergegeven) zich schijnbaar zal bevinden op de datum die door het zonnestelsel is weergegeven, daarbij de suggestie wekkend dat het een planeet is met een (grote) impact voor de toekomst. Wanneer we dit sterrenbeeld draaien en opzoeken in een sterrenbeeldenatlas, dan blijkt dat de graancirkelmakers planeet X (rood) geplaatst hebben aan de rand van het sterrenbeeld Kreeft (zie onder).

Daarnaast hebben de graancirkelmakers nog een mysterieuze "zon" (oranje in de afbeelding) in het graan gezet.


De positionering van planeet X aan de rand van Kreeft

De overeenkomst van de graancirkelformatie met het sterrenbeeld Kreeft is vrijwel perfect! Wel valt op dat de graancirkelmakers een relatief zwakke ster (de ster Chi, rechtsboven) ook in het lijnenpatroon hebben meegenomen. Dat is des te opvallender omdat de ster Zeta (rechts midden) ongeveer een halve grootteklasse helderder is, dan de ster Chi en dus in principe meer recht heeft om in het lijnenpatroon te worden opgenomen (de lijnen verbinden normaliter de meest heldere sterren met elkaar).

"Planeet X" bevindt zich volgens de graancirkelmakers schijnbaar op de rand van het sterrenbeeld Kreeft, nabij de ster Pollux in het aangrenzende sterrenbeeld Tweelingen. Het planetenstelsel zelf geeft de datum weer waarvoor de positie van planeet X van toepassing zal zijn. De toekomstige datum waarnaar het zonnestelsel verwijst is primair 12 tot 14 december 2012. Op basis van deze gegegevens kan nu met behulp van een ephemeridentabel van een sterrenatlas nauwkeurig de positie worden bepaald waarnaar de graancirkelmakers verwijzen, namelijk 25,6 graden Kreeft (Pollux staat op 23,4 graden Kreeft). Echter vooralsnog is onduidelijk op welke dwergplaneet dat dan betrekking zou moeten hebben... Ook is de betekenis van de "zon" nog niet verklaard.


De alternatieve mogelijkheid: de postitionering in Stier

Echter er is nog een tweede interpretatie mogelijk. Deze verklaart met name waarom er een lijn (met de daaraan verbonden relatief zwakke ster) "te veel" in het graan is "opgetekend". Het sterrenbeeld waar de formatie naar verwijst, heeft namelijk ook een grote gelijkenis met het sterrenbeeld Stier. De paradox is echter dat we niet naar een precieze weergave van het sterrenbeeld Stier moeten zoeken, maar naar een enigszins stilistische weergave van de helderste sterren. Van belang is daarbij dat planeten zich normaliter in de buurt van de ecliptica bewegen (de ecliptica is de cirkel door de dierenriem waarlangs de zon zich beweegt) en in astrologisch opzicht de positie van een planeet altijd wordt bepaald door de positie loodrecht op de ecliptica te projecteren. Daarbij verschaft de informatie enkele aanknopingspunten hoe we daarbij te werk moeten gaan en waar we in de gestileerde vorm de ecliptica moeten plaatsen en hoe we Planeet X daarop dienen te projecteren.

Om te beginnen verwijst de grote "formatiezon" in dat verband naar de helderste ster van Stier, zijnde Aldebaran, een rode reus. Zoals nog duidelijk wordt heeft de formatiezon in deze formatie meerdere betekenissen en uitgaande van het idee dat hier tevens naar Stier wordt verwezen, dienen we in dit geval de zon als een reconstructie punt te zien, waarbij Aldebaran precies tussen de zon en de nabijgelegen ster komt te liggen. In de volgende afbeelding is dat weergegeven:

Verder valt op dat de middellijn van de formatie exact samenvalt met een karrespoor in het graan (stippellijn). Die blijkt één van de zes sterren exact te doorkruisen. De reden is dat wanneer we het sterrenbeeld als een gestileerde versie van het sterrenbeeld Stier opvatten (i.p.v. Kreeft), deze "ster" nog slechts dienst doet als een reconstructiepunt. Van belang is in dat verband dat op 12 of 14 december 2012 de grootste planeet van ons zonnestelsel, namelijk Jupiter, op één lijn met Aldebaran stond; astrologisch (waarbij alles op de ecliptica wordt geprojecteerd) was er sprake van een samenstand. Jupiter is ook veel helderder dan de helderste sterren aan het firmament en mag daarom niet ontbreken in de reconstructie. De grote "formatiezon" verwijst dus niet alleen naar de reus Aldebaran, maar ook naar Jupiter. Om die reden dienen we de lijn die vanuit de formatiezon door Aldebaran gaat, door te trekken (gele stippellijn in de figuur). Daarnaast is het zo dat in de formatie niets aan het toeval is overgelaten. Boven de formatie loopt namelijk een hoogspaningslijn die bij benadering loodrecht op de karresporen lopen. Dit is een aanwijzing dat we ook loodrecht op het reconstructiepunt een lijn dienen te tekenen. Jupiter ligt nu op het kruispunt van die lijn en de lijn die door de formatiezon en Aldebaran gaat. Jupiter bevond zich op slechts circa 0,75 graden van de ecliptica, maar aangezien de formatie in dit verband een nogal stilistische weergave van het sterrenbeeld Stier is, dienen we Jupiter hier op de ecliptica te plaatsen. Wanneer we verder een projectielijn trekken vanuit planeet X door de reconstructiester, dan zijn we nu in staat de ecliptica erbij in te tekenen: dat is de lijn die daar loodrecht op staat en tevens door Jupiter gaat.

De volgende stap is om de reconstructiepunten weg te laten, de lijnen van de overblijvende sterren opnieuw te verbinden en het sterrenbeeld te roteren. Wat we daarbij constateren is dat er een kleine discrepantie is tussen de werkelijkheid en de reconstructie: de astrologische samenstand van Jupiter met Aldebaran zou betekenen dat de lijn die Aldebaran met Jupiter verbindt loodrecht op de ecliptica zou moeten staan. Echter, in de stilistische reconstructie staat die lijn enigszins schuin op de ecliptica. Om deze reden projecteren we Planeet X ook enigszins schuin op de ecliptica, waarbij het projectiepunt ook perfect door de reconstructie wordt weergegeven: het is het precieze middelpunt van de verbindingslijn van de ster El Nath met de Hyaden (hier vertegenwoordigd door één ster: ε). Hieronder zien we het resultaat met ter vergelijking daaronder het sterrenbeeld Stier, waarbij de positie van de tijdelijke bezoeker Jupiter erbij is ingetekend:

De gelijkenis is opvallend, wat ook blijkt indien het resultaat van de graancirkelformatie op het sterrenbeeld Stier wordt geprojecteerd:

De projectie is minder nauwkeurig dan op het sterrenbeeld Kreeft, maar desondanks is een dusdanige positionering mogelijk dat Jupiter en de zes helderste sterren van Stier, inclusief de Pleiaden, binnen circa 2 graden van de aangeduide positie in de formatie vallen, met dien verstande dat de vier helderste, alsmede de Pleiaden en de Hyaden door één ster worden gerepresenteerd. Daarbij worden de ongeveer even heldere sterren van de over een nogal groot gebied verspreid liggende sterren van de sterrenhoop de Hyaden, met de op één na helderste van de Hyaden, ster ε, weergeven.

Planeet X (in rood) staat volgens de formatie op enige afstand van de ecliptica. Wanneer we de formatie volgen, dan kunnen we de projectie van planeet X op de ecliptica bepalen op basis van de positie van Jupiter en de loodrechte projectie van El Nath op de ecliptica (zie de beide bovenstaande figuren). De enigszins schuine projectie van planeet X staat daarbij iets voorbij het midden van die twee punten. Met behulp van een sterrenbeeldenatlas en ephemeridentabel zijn we vervolgens op basis van de gereconstrueerde verhoudingen die de formatie weergeeft, in staat dat punt precies te bepalen. Dat punt blijkt nu op vrijwel precies 17 graden Tweelingen te liggen. Dat mogen vreemd lijken: we beschouwen immers het sterrenbeeld Stier, maar volgens de ephemeridentabel vinden we een positie in het teken Tweelingen. De reden is dat de hedendaagse Westerse astrologen niet uitgaan van de werkelijke dierenriem zoals die aan de hemel te zien is, maar van een rekenkundige dierenriem, waarbij gedaan wordt alsof bij het begin van de lente (ronde 20 maart) de zon het eerste teken Ram binnen treedt. Deze zuiver rekenkundige dierenriem wordt de tropische dierenriem genoemd. Doordat de zon (het lentepunt) als referentie genomen wordt, kun je stellen dat de tropische dierenriem een "zonnenastrologie" is: het stelt de zon, het zelfbewustzijn en zelfrealisatie centraal.


Verwarring over de dierenriem

Interessant is echter wat er gebeurt als je doet alsof de tekens van de tropische dierenriem daadwerkelijk aan de hemel zouden staan. Dus als bijvoorbeeld een ephemeridentabel van de tropische dierenriem 15 graden stier aangeeft, moet dat ook in bovenstaande tekening midden in Stier vallen. Dit is minder eenvoudig dan het lijkt, want de scheiding van de tekens van de dierenriem zoals die in de loop van de eeuwen als een landkaartenmap zijn vastgelegd wijken af van de astrologische conventie die uitgaat van twaalf tekens die elk 30 graden omvatten. Echter we kunnen gebruik maken van de kennis uit de oudheid, waarvoor de ster Spica als referentiester geldt; deze ster markeert de grens tussen Maagd en Weegschaal. Overigens is er sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw nog een tweede referentie in gebruik, namelijk een die door Amerikaanse astrologen is geintroduceerd, maar deze laat ik hier buiten beschouwing. Voor het jaar 2012 moeten we volgens die traditie (Spica als referentie) een correctie van precies 24,0 graden op de tropische dierenriem toepassen: de rekenkundige dierenriem verschuift dan naar werkelijke posities in de sterrenbeelden zoals die aan de hemel staan. Dit betekent dat het gevonden punt in de dierenriem op 17 graden Tweelingen overeen moet komen met 23 graden Stier volgens de tropische dierenriem. Dat klopt nu wel precies met de gevonden positie van Planeet X in het sterrenbeeld Stier. Dat gegeven levert ons nu het inzicht op dat we hier van doen hebben met de dwergplaneet Sedna, die volgens de tropische dierenriem op 22,9 graden Stier stond rond 12 tot 14 december 2012! We moeten ons daarbij realiseren dat de graancirkelmakers feitelijk de draak steken met de tropische dierenriem, want Sedna staat niet werkelijk (visueel) op de aangegeven positie als de graancirkelmakers in eerste instantie ons doen willen geloven. Door de verwisseling van de tropische met de siderische dierenriem wijkt de werkelijke positie van Sedna daar 24 graden vanaf (bij gebruikelijke projectie van de positie op de ecliptica) en is in onderstaande tekening weergegeven.

N.B. De positie is gecorrigeerd voor het gegeven dat de sterrenkaart epoch 1950 is.

Nu ligt de feitelijke positie van Sedna 12 graden ten zuiden van de ecliptica, maar planeet X bevindt zich meer dan 12 graden ten noorden van de ecliptica. Het idee dat dit inderdaad zo bedoeld is wordt ingegeven door het feit dat de posities van de vier planeten van het zonnestelsel die de formatie weergeeft, ook zijn gespiegeld. Bovendien zullen we die spiegeling ten opzichte van de ecliptica nog een drietal keer toepassen. Het concept dat we een zekere "manipulatie" vaker consequent moeten doorvoeren is typisch voor graancirkels.

Na correctie voor de dierenriem valt de berekende afwijking ver binnen de marge van de berekening die de nauwkeurigheid van de formatie mogelijk maakt. Daarbij zij aangetekend dat de afwijking circa 1 graad bedraagt wanneer we uitgaan van de door de Amerikaanse astrologen Fagen en Bradley eind jaren 50 geintroduceerde dierenriem. Persoonlijk ben ik van mening dat de uitkomsten van de onderzoeken die beide astrologen hebben uitgevoerd behept zijn met een dwaling die is voortgevloeid uit een tunnelvisie: Er bestaat maar één siderische dierenriem en dat is de traditionele, zoals die nog steeds in India wordt gebruikt.


De relatie met de daadwerkelijke positie van Sedna: de Pleiaden en het kruis

Hoewel na correctie van de dierenriem en gebruik makend van een gestileerde versie van Stier, de projectie van Planeet X op de ecliptica precies klopt, is opvallend dat in werkelijkheid Sedna niet ruim 12 graden boven, maar 12 graden onder de ecliptica wordt gevonden (zie tekening). Afgezien van het gegeven dat die spiegeling vaker een sleutel is in deze formatie, wordt een aanvullende reden voor deze manipulatie duidelijk wanneer we een kruis tekenen door de lijn die de werkelijke positie van Sedna met Planeet X verbindt. Dat zien we terug in bovenstaand figuur.

We zien nu dat dit kruis nagenoeg precies door de Pleiaden gaat, parallel aan de verbinding van Aldebaran met de Pleiaden! Dit maakt duidelijk dat er een relatie is tussen intelligenties van Sedna en de Pleiaden.


De relatie met halsstarrige berichten over "Nibiru"

Sedna kan beschouwd worden als de planeet van "kruising". Dit heeft gelijkenissen met de mythologische Sumerische planeet Nibiru, alhoewel Nibiru, ondanks halsstarrige berichten gewoon niet bestaat en is gebaseerd op een volledig foutieve vertaling en interpretatie van Sumerische kleitabletten (zie b.v. Sitchiniswrong.com). Nibiru, ook wel planeet X of "twaalfde planeet" genoemd, is een fopspeen voor de werkelijke twaalfde planeet: Sedna, die wetenschappelijk ook met 2003VB12 wordt aangeduid. Het is dan ook niet toevallig dat in december 2012 de 12de planeet Sedna op exact 12 graden afstand van de ecliptica wordt aangetroffen. De positie van Sedna in de siderische dierenriem (de echte dierenriem, die 24 graden verschilt van de tropische dierenriem) bedroeg op 12 december 2012 28,9 graden Ram, op de grens met Stier; dat kloptook, want de tekening laat zien dat Sedna in werkelijkheid dicht bij de grens van Ram en Stier staat.

Nu wordt ook duidelijk waarom de formatie verwijst naar 12 (of 14) en niet naar 21 december 2012, want de formatie verwijst simpelweg naar de twaalfde planeet op de datum 12-12-'12.


Nogmaals planeet X in Kreeft: de relatie met de melkweg

We hebben nu belangrijke puzzelstukjes van de graancirkelformatie gelegd. Echter we zijn er nog niet, want het is natuurlijk niet voor niets dat de graancirkelmakers de dwergplaneet schijnbaar aan de rand van het sterrenbeeld Kreeft hebben geplaatst. Echter, er zijn nog twee mogelijkheden om de positie van Planeet X te bepalen. De eerste is dat we ook nu de door de formatie aangeduide positie met 24 graden corrigeren. De tweede mogelijkheid is dat we de feitelijk aangeduide positie in de overgang van de sterrenbeelden Tweelingen naar Kreeft combineren met de eerder gevonden positie van Planeet X in Stier. Daarbij kunnen we eenvoudigweg het gemiddelde van beide posities nemen. Het navolgende laat het resultaat zien van beide mogelijkheden.

Het blijkt dat Planeet X tegen de ecliptica aan ligt. Wanneer we de door de graancirelformatie aangeduide positie in de overgang van Tweelingen naar Kreeft met 24 graden corrigeren, kunnen we dat doen door eenvoudig weg die positie langs de ecliptica met 24 graden (naar rechts) te verschuiven. Hieronder zien we het resultaat:

Echter, ook nu dienen we de positie weer te spiegelen ten opzichte van de ecliptica (rode cirkel daar onder). In het plaatje is tevens de lichtende band van de melkweg ingetekend en het valt nu op dat de verplaatste en gespiegelde rode cirkel precies op de middellijn van ons galactische stelsel (de melkweg) valt. Die gecorrigeerde planeet X bevindt zich nu op de rand van het sterrenbeeld Tweelingen, in de overgang naar Stier, maar als we de tropische dierenriem volgen en er een ephemeridentabel op na slaan ligt de positie zeer dichtbij het midzomerpunt, dat volgens de definitie van de tropische dierenriem de overgang markeert van Tweelingen naar Kreeft (paarse punt in afbeelding). Dat is in overeenstemming met de positie die de formatie suggereert, want die positie is op te vatten als een persiflage op de feitelijke sterrenbeelden van de siderische dierenriem.

Belangrijk is echter dat dit tevens precies past bij het punt waar Sedna (in de toekomst) het dichtst tot de zon nadert: het zogenaamde "perihelium"). Dit is een belangrijk punt en is tevens in het plaatje ingetekend. Het perihelium van Sedna ligt net als de, met 24 graden gecorriggeerde en gespiegelde, Planeet X exact op de lijn van het midden van de schijf van ons galactische stelsel (de melkweg)! Deze lijn loopt in de huidige tijd tevens precies door het midzomerpunt: het punt waar de zon tijdens midzomer (21 juni) op de ecliptica staat. Nu doet zich het opmerkelijke verschijnsel voor dat we nu weer een perfect kruis kunnen vormen, want de verbindingslijn tussen de positie waar de graancirkelmakers Planeet X hebben geplaatst (links) en het perihelium van Sedna staat exact loodrecht op de centrale middellijn van de schijf van de melkweg (zie figuur)!

In de figuur is tevens de tweede mogelijkheid ingetekend. Daarin is helemaal aan de rechterkant de positie van de door de formatie aangeduide Planeet X weergegeven, in het geval dat we het sterrenbeeld van de formatie beschouwen als een stilistische weergave van het sterrenbeeld Stier. We kunnen nu eenvoudig het gemiddelde van beide posities bepalen door beide aanduidingen met een stippellijn te verbinden en daar het midden van bepalen. Volgens de astrologische conventie dienen we dan dat middelpunt loodrecht op de ecliptica te projecteren (stippellijn, loodrecht op de blauwe lijn van de ecliptica) en het resultaat daarvan komt met een verbijsterende nauwkeurigheid precies overeen met de projectie van opnieuw het perihelium van Sedna op de ecliptica! Zoals vaker in deze formatie wordt ook nu de feitelijke positie van dat perihelium gevonden door het gevonden punt te spiegelen ten opzichte van de ecliptica. In dit geval vinden we een kleine afwijking, want de ecliptica ligt niet precies in het midden tussen het gereconstrueerde punt en het perihelium van Sedna.

Verder is het zo dat het aphelium van Sedna (het punt waar Sedna maximaal van de zon is verwijderd), dat per definitie exact tegenover het perihelium ligt in het sterrenbeeld Boogschutter, in de periode van circa 2010 tot 2012 nagenoeg samenvalt met de stand van Pluto. Daarbij gaat het niet alleen om een astrologische samenstand (projectie op de ecliptica), maar ook om een daadwerkelijke samenstand. Hier zien we ook weer de relatie met de Kuipergordel voorbij Neptunus (en dus niet de asteroïdengordel).


De relatie met de schepping

Verder is het natuurlijk zo dat het midzomerpunt precies tegenover het midwinterpunt ligt, zijnde 21 december. Dit betekent dat in onze tijd op deze dag de zon bij benadering jaarlijks in een samenstand staat met het punt van de baan van Sedna waar deze het verst van de zon verwijderd is (het "aphelium"). Het linker deel van de formatie verwijst primair naar 12-14 december 2012, maar secundair tevens naar 21 december 2012, de winterzonnewende die het einde van de Grote Cyclus van de Maya's markeert. De reden daarvan wordt nu duidelijk: het valt samen met het punt waar de zon in een samenstand staat met de centrale lijn van de schijf van ons melkwegstelsel en dat is de lijn waarop tevens het aphelium van Sedna ligt. Dat punt en het punt van de winterzonnewende liggen niet ver van het centrum van ons melkwegstelsel. Opmerkelijk is in dat verband dat dit aphelium van Sedna vrijwel exact samenvalt met enerzijds de beroemde Omeganevel en anderzijds de Adelaarsnevel. Dit zijn broedplaatsen van nieuwe sterren. Deze nevels zijn dus de baarmoeder van ons melkwegstelsel. Beroemd in dit verband is de foto die Hubble-space maakte van de zogenaamde "pilaren der schepping" die zich in de Adelaarsnevel bevinden. Hieronder zijn deze afgebeeld.

Sedna staat aan de basis van het leven en is de kosmische baarmoeder naar evenbeeld van de pilaren der schepping. De as van de baan van Sedna met perihelium en aphelium is als een geboortekanaal dat in verbinding staat met de geboorte van sterren nabij het centrum van de melkweg.


De relatie met de knooppunten van Sedna

De formatie heeft nog een opvallende eigenschap en deze komt naar voren in de volgende tekening:

Op de eerste plaats valt op dat de positie van de aarde exact op de lijn staat die de middelste twee groepjes van vijf Kuipergordelobjecten met elkaar verbindt (zie stippellijn en pijl). Nu heeft Sedna een zeer sterk elliptische baan: het punt waar Sedna het dichst bij de zon komt ligt circa twaalf keer dichterbij de zon als het punt waar Sedna het verst van de zon verwijderd is. Toch heeft de ovaalvorm van de formatie daar geen betrekking op, want de zon met de eerste vier planeten liggen wel in het centrum van de ovaal. De ovaal van de formatie heeft echter in symbolische zin een andere relatie met de baan van Sedna. De baan van Sedna ligt niet in hetzelfde vlak als de aarde en de andere planeten, maar wijkt daar circa twaalf graden vanaf. Die scheefstand betekent dat zelfs al zou Sedna verder een keurige cirkelvormige baan hebben, de baan gezien vanuit de ruimt er uit zou zien als een ovaal. De reden is dat indien een cirkel van de zijkant wordt aanschouwd deze ovaalvormig lijkt te zijn. De ovaalvorm heeft dus betrekking op de afwijkende baan in relatie tot de ecliptica.

In het centrum van de formatie staat de zon centraal en het blijkt dat gezien vanuit de zon, Planeet X, zoals deze in de formatie in Stier is aangeduid, precies halfweg tussen Jupiter en de aarde in staat. Zoals de afbeelding laat zien, betekent dat dat de richting van Planeet X precies samenvalt met de korte as (witte stippellijn) van de ovaal waar ook de aarde doorheen gaat.

Wanneer we dat aan Sedna relateren, dan geldt dat in de periode van circa 2012 tot 2014 Sedna "toevallig" het verst van de ecliptica was verwijderd. We zagen al dat zowel Planeet X in de formatie als Sedna in het sterrenbeeld Stier op een afstand van circa twaalf graden boven of onder de ecliptica staan (beiden in tegenstelde richting). Dat is precies het maximum wat Sedna zich van de ecliptica kan verwijderen. Dat gegeven wordt hier in de formatie in de ellipsvorm tot uitdrukking gebracht. Het verlengde van de verticale stippellijn van de aarde wijst in de formatie dus naar de twee punten waar Sedna het verst van de ecliptica is verwijderd. De horizontale lijn daarentegen, geeft de twee punten aan waar Sedna de ecliptica kruist (de zogenaamde stijgende en dalende knoop, die hier ook gespiegeld zijn). Verbinden we dat met de siderische dierenriem, dan geldt bovendien dat de vier punten van het kruis, dus de stijgende en dalende knoop alsmede de twee punten waar de planeet maximaal van de ecliptica is verwijderd, tevens samenvallen met het begin (circa 0,4 graden) van een sterrenbeeld. In 2013 kwam Sedna in het sterrenbeeld Stier (volgens de siderische dierenriem), terwijl dat tegelijkertijd het punt was waar Sedna maximaal van de ecliptica was verwijderd.


De verwijzing van "de zon" en planeet X in Kreeft (formatie) naar de zon, de maan en Venus

Inmiddels weten we dat het zonnestelsel naar 12 en/of 14 december 2012 verwijst en weten we ook dat de in de formatie aangeduide Planeet X gezien moet worden als een sleutel die in viervoudig opzicht naar de dwergplaneet Sedna verwijst. Belangrijk daarin is dat graancirkelmakers de spot drijven met de tropische dierenriem. Het ligt echter niet voor de hand dat er zonder reden naar die datum wordt verwezen, maar dat (circa) 14 december 2012 de sleutel is tot een datum in de toekomst, een beginpunt waarin Sedna, die aan de basis staat van vernieuwing van het leven, een belangrijke rol zal spelen. Daarbij ligt het ook voor de hand aan te nemen de "de zon" naar de datum in de toekomst verwijst waarop dit plaatsvindt.

Gezien het gegeven dat de formatie primair naar het sterrenbeeld Kreeft verwijst, is het voor de hand liggend dat we de formatiezon ook in dat kader dienen te interpreteren. Als we de grote cirkel als de daadwerkelijke positie van de zon opvatten, dan zien we dat deze in een samenstand staat met de ster Acubens. Dat is jaarlijks het geval rond 5 augustus. Om de relatie tussen Planeet X en Sedna te vinden, dienden we de positie met 24 graden te corrigeren om de daadwerkelijke positie te vinden. Als we datzelfde voor de zon doen, dan vinden we een positie van de zon in Kreeft volgens de tropische dierenriem en komen na die correctie uit op circa 11 juli.

Echter de zon bevindt zich, in tegenstelling tot wat de formatie lijkt te suggereren, altijd op de ecliptica. Op ongeveer dezelfde hoogte als de formatiezon is er een ster die precies op de ecliptica ligt; dat is Asellus Australis (Asellus Zuid). Als we er daarom vanuit gaan dat de formatiezon naar die ster verwijst en dat met 24 graden corrigeren, dan komen we uit bij een stand die jaarlijks precies klopt voor 6 juli.

Vervolgens moeten we weten naar welk jaartal de formatie verwijst. Daarbij is het belangrijk dat het zonnestelsel naar de kalenderrondeverjaardag verwijst; 14 december 2012 was niet alleen de verjaardag in relatie tot het jaar, maar ook in relatie tot de Tzolkin. Daarnaast is het zo dat die dag slechts één dag na nieuwe maan viel: het markeerde het begin van een nieuwe maand. Daarnaast bevat ook de sterrenhoop Praesepe een extra aanwijzing in de relatie met de Tzolkin en de maan. In deze link wordt dat nader uitgelegd. Alles bijeengenomen moeten we concluderen dat de formatie verwijst naar de periode van 5 Tzolkin-cycli (1300 dagen), een periode die bovendien nagenoeg overeenkomt met 44 lunaire maanden (gemiddeld 1299,35) dagen. Wanneer we 5 tzolkin-cycli verder tellen, uitgaande van 14 december 2012, dan komen we ook uit op 6 juli 2016 als zijnde de datum waarnaar wordt verwezen. Dat wijkt dan wel vijf dagen af van de eerste benadering die lijkt te verwijzen naar 11 juli, maar het klopt wel voor de alternatieve benadering, waarbij uit is gegaan van Asellus Zuid.

Zoals verder nog duidelijk wordt draagt de formatie ook de positie van de helderste planeet aan het firmament, namelijk Venus, in zich. Daarbij beweegt Venus, in tegenstelling tot de zon zich weliswaar in de nabijheid van de ecliptica, maar kan daar wezenlijk vanaf wijken. Dat past bij het gegeven dat de formatiezon zich niet op de ecliptica bevindt. Verder staat Venus aanvang juli 2016 ook relatief dicht bij de zon en wanneer we de gemiddelde positie van de zon en Venus als uitgangspunt nemen als aanduiding voor de formatiezon (in lijn met de ster Acubens) en dit corrigeren met 24 graden, blijkt dit overeen te komen met een datum rond 7 juli. De subtiele verschillen die hier, afhankelijk van de benadering waar we voor kiezen, optreden (met een verwijzing naar een datum ergens tussen 6 en 11 juli) kunnen ten delen worden verklaard doordat de formatiezon tevens een verwijzing is naar de reus Aldeberan, maar wezenlijk is de vraag of de formatie ook de feitelijke positie van de zon in zich draagt, een positie dan wel die op eenvoudige wijze kan worden gereconstrueerd.

Bij nadere bestudering blijkt dit inderdaad zo te zijn en niet alleen dat: ook de positie van de maan en zelfs Venus kunnen op eenvoudige wijze worden gereconstrueerd! Daarbij spelen naast de positie van de formatiezon en Planeet X tevens de al eerder aangehaalde reconstructiester, die opnieuw tevens als reconstructiepunt dienst doet, en natuurlijk ook de ecliptica een cruciale rol. Daarnaast krijgt de horizontale as van de formatie (die door de reconstructiester gaat) daarin tevens een betekenis. Hieronder zijn de posities van de zon, de maan en Venus als witte cirkels weergegeven en zijn de diverse reconstructielijnen als stippellijnen weergegeven:

De werkelijke positie van de zon in het sterrenbeeld Tweelingen, blijkt eenvoudig het punt te zijn dat wordt verkregen wanneer we de lijn van de reconstructiester (Asellus Borealis) via Planeet X doortrekken naar het punt waar deze de ecliptica kruist! Deze lijn blijkt bovendien exact het punt te doorkruisen waar Venus toen stond. Venus stond op het einde van 6 juli 2016 in een samenstand met Pollux (gele stippellijn loodrechtop de ecliptica).

De maan kan zelfs op twee manieren worden gevonden. Een zeer goede benadering voor de positie van de maan vinden we door eenvoudig de formatiezon te spiegelen ten opzicht van de ecliptica (tweede oranje cirkel in de tekening); deze volgt uit de stippellijn die vanuit de formatiezon loodrecht op de ecliptica staat. De maan is gelegen op het middelpunt van die oranje cirkel. Echter, in de afbeelding is te zien dat de positie van de maan niet precies op dezelfde lijn is ingetekend als de stippellijn loodrecht op de ecliptica. Deze zeer subtiele afwijking is het resultaat van een tweede reconstructie.

Hieronder is deze weergegeven. Deze gaat uit van de horizontale as. Naar analogie van de reconstructie van het sterrenbeeld Stier is loodrecht daarop een verticale lijn gereconstrueerd. De plaats van die lijn wordt primair ingegeven vanuit het gegeven dat de posities van Sedna steeds door spiegeling ten opzichte van de ecliptica wordt verkregen. Echter, de lijn die daar zeer dicht bij in de buurt ligt is de verticale lijn die is gelegen op de plaats waar de horizontale as van de formatie de ecliptica kruist. In deze figuur is de informatiezon in zwart weergegeven, uitgezonderd de twee stukjes die boven de horizontale as en rechts van de veticale as liggen. De positie van de verticale lijn krijgt nu bevestiging want die stukjes blijken beiden even groot te zijn en zijn wit ingekleurd. Daarboven is de positie van de maan op de verticale as en rakend aan de ecliptica getekend. De grootte van de getekende schijf is identiek aan die van de formatiezon (niet de ware grootte van de maan). Wanneer we daar eenzelfde partje wit inkleuren heeft dit een sterke gelijkenis met de maansikkel van de maan. Inderdaad viel 6 juli 2016 slechts twee dagen na nieuwe maan en zien we daarom een maansikkeltje!

Het gegeven dat we niet alleen de zon, maar tevens Venus en in tweevoudig opzicht de maan op eenvoudige wijze kunnen reconstrueren is een geniale zet van de graancirkelmakers. Op de eerste plaats neemt dit de twijfel weg of we hier wel op de goede weg zijn. Immers, de kans dat dit alles door toeval tot stand kan komen is uitermate gering. Daarbij moeten we ons realiseren dat, in tegenstelling tot de positionering van Sedna, we hier een nauwkeurige plaatsbepaling hebben verkregen die niet alleen klopt in relatie tot de projectie op de ecliptica, maar ook de afstand tot de ecliptica exact weergeeft.


De relatie met Sirius

Tot slot is het interessant de posities van planeet X, zoals aangeduid door de graancirkelmakers, op enerzijds de overgang van Tweelingen naar Kreeft en anderzijds in Stier, op een sterrenkaart "in te tekenen". Want ook nu vinden we twee kruisen. Deze hebben in dit geval betrekking op de ster Sirius:

Klik op de afbeelding om te vergroten.

Wanneer planeet X op de rand van Tweelingen en Kreeft op de ecliptica wordt geprojecteerd en dit met de stand van Sedna in december 2012 wordt verbonden, vormt dit een kruis met de lijn die Sirius met het perihelium van Sedna verbindt. Wanneer de stand van planeet X op de rand van Tweelingen en Kreeft van de formatie zelf wordt verbonden met het perihelium van Sedna (met in het verlengde de ster Bellatrix), kruist dit de lijn die de projectie van planeet X op de ecliptica met Sirius verbindt.

Een en ander staat in verband met het gegeven dat de rol van Sirius in de nieuwe tijd in zal boeten.


Conclusie

Concluderend kunnen we stellen dat vast staat dat de graancirkelmakers ons op ludieke wijze op vier verschillende manieren naar Sedna verwijzen. Dit brengen ze in verband met de baan van Sedna, waarvan het verlengde van de lange as (lijn door perihelium en aphelium) naar het centrum van de melkweg wijst. Daarnaast spelen de Pleiaden een rol en Sedna staat in de jaren na 2016 in een samenstand met de Pleiaden, een gegeven dat slechts eens in de 11.000 jaar voorkomt.

Zeer opvallend is dat de relaties worden gevonden door kruisen. Dit lijkt er dan ook op dat een en ander een doorkruising van het oude betekent, waarin Sedna een belangrijke rol speelt. Sedna staat voor de kosmische baarmoeder. Dit heeft ook een relatie met het teken Kreeft, want Kreeft is verwant met de maan die met name voor de baarmoeder staat. Behalve in astrologische zin, is Sedna als kosmische baarmoeder van groot belang bij de vernieuwing van het leven, waarbij zelfs het DNA aan mutatie onderhevig is (SeDNA). De formatie maakt duidelijk wat dat concreet gaat betekenen: het betekent de dood en wederopstanding, gesymboliseerd door de kruisen die we in de formatie terug vinden. Ook de locatie, relatief dicht bij de lijkwade van Turijn, maakt dat duidelijk.

De heerser van Sedna is Stier en het is daarom niet vreemd dat het sterrenbeeld van de formatie niet alleen Kreeft, maar tevens het sterrenbeeld Stier voorstelt.

De formatie biedt daarbij aanknopingspunten voor de datum in de toekomst waar deze secundair naar verwijst. Daarbij blijkt niet alleen de zon, maar vooral ook de maan en zelfs Venus bepalend te zijn voor de datum waarnaar de formatie verwijst, namelijk 6 juli 2016.

© Marc Smulders

Last update: September 21, 2016